Montessori Basisschool De Elzen

Montessori Basisschool De Elzen

Gegevens

Schoolnaam  :  Montessori Basisschool De Elzen
Adres  :  Elzenstraat 14 a
Postcode  :  5038 HD
Plaats  :  Tilburg
Telefoon  :  013 - 543 5566
Fax  :  013 - 580 2356
E-mail  :  bs.de.elzen@xpectprimair.nl
Website  :  www.de-elzen.com
Directeur : dhr. Gerard van Wanrooij
Adjunct-directeur  :  mevr. Linda Simons-Elessen


Onderwijsvisie en -aanbod

Bij een eerste bezoek aan een Montessorigroep wordt men -indien onbekend met deze vorm van onderwijs- geconfronteerd met een nogal ongebruikelijke, misschien wat chaotisch aandoende gang van zaken. Een onderwijsgevende is niet direct te vinden. Zo te zien wordt er geen les gegeven. Toch zijn de kinderen druk bezig, ze zitten aan tafels die in groepjes bij elkaar staan. Sommigen werken alleen, anderen met elkaar. Leerlingen staan op van hun plaats, halen papier of ander materiaal, vragen wat aan een medeleerling; kortom een en al bedrijvigheid. Iedereen doet iets anders. Kinderen lijken ook niet even oud te zijn. Waar de een nog nauwelijks kan lezen, blijkt de ander al een vergevorderde lezer te zijn.

Op de tafel van elk kind ligt iets anders. Sommigen zijn aan het rekenen, op de grond trekken een paar kinderen een grote aardrijkskunde puzzel om en bij het bord zijn twee kinderen allerlei woorden aan het opschrijven. De sfeer is ongedwongen. Er zijn veel lage, open kasten in het lokaal met kleurrijk en mooi uitziend materiaal en leermiddelen. Kinderen pakken dit zelf en bergen het ook zelf weer op. Bij wat langer rondkijken, blijkt er ook een volwassene te zijn, kennelijk de onderwijsgevende, die op een laag krukje bij een tafel van een leerling zit.

Mogen de kinderen hier alles?
Leren de kinderen hier ook wat? Heeft de onderwijsgevende overzicht over wat de kinderen doen? Allemaal vragen die waarschijnlijk opkomen bij iemand voor wie de manier van werken op een Montessorischool onbekend is.

Al de dingen die men ziet in een Montessorischool, zoals de losse tafels en stoelen in diverse groottes, de kieskasten met materiaal, het lopen van de leerlingen, de onopvallendheid van de onderwijsgevende en nog veel meer zaken zijn niet zo maar toevallig. Ze zijn zo en ze gebeuren zo vanuit een vooropgesteld doel. Achter de schijnbare chaos blijkt een heel duidelijke ordening aanwezig.

Het klaslokaal dat op een bepaalde manier is ingericht, de onderwijsgevende die op een bepaalde manier handelt, de totale klassenorganisatie waardoor het gebeuren op een bepaalde manier verloopt zijn middelen voor een optimale ontwikkeling van de kinderen. Zij vloeien voort uit de visie van Montessori op de mens en in het bijzonder uit haar visie op de ontwikkeling van kinderen.

Op onze school is de werkwijze dus gebaseerd op de ideeën van dr. Maria Montessori. Ze gaf ons geen systeem, geen star te hanteren regels waarnaar we moeten handelen. Zij had een grote liefde voor het kind en stelde dit kind centraal in het opvoedingsgebeuren. Montessori ging ervan uit dat het kind van nature goed is en zich wil ontwikkelen en wil groeien. Opvoeden is dan het stimuleren van de spontane zelfontwikkeling. De natuurlijke ontwikkeling is de basis voor de opvoeding en het onderwijs. Deze natuurlijke ontwikkeling moet gestimuleerd worden door een goede geordende omgeving en door een volwassene (leerkracht). De ontwikkeling verloopt volgens een natuurlijk groeiproces, waarin ieder vermogen (functie) zijn eigen tijd van ontwikkeling heeft. Montessori noemt dit de gevoelige periode.
Het kind wordt op een bepaald moment gevoelig voor indrukken van buitenaf. Die innerlijke gevoeligheden –die ook gestimuleerd mogen en moeten worden- brengen het kind tot een keuze uit zijn omgeving (materiaal en leermiddelen). Deze omgeving is met zorg ingericht, alles heeft er een plaats in relatie met de ontwikkeling van het kind. Het is een voorbereide omgeving.
Maar: ieder kind heeft zijn eigen individuele ontwikkeling. Deze perioden komen niet bij iedereen op hetzelfde moment. Daarom moet er een vrije keuze van leermiddelen zijn. Dit is de didactische vrijheid. We zien dit in het gehele Montessori onderwijs op onze school.
Deze vrijheid is echter geen absolute vrijheid. Er moet orde zijn. Om van de vrijheid te kunnen genieten moeten er regels zijn, vooral in zo’n grote samenleving als onze school is. Door het zelf vinden van orde leren we de orde te handhaven. De vrije werkkeuze wordt weleens ingeperkt of gereguleerd door de volgende afspraken;

  • Als een kind ergens aan begint dan dient die taak afgemaakt worden
  • Een leerling mag een ander niet storen
  • Als uit de observatie van de leerkracht blijkt dat er niet voldoende gewerkt wordt, moet er ingegrepen worden; het leren van een juiste werkhouding c.q. –instelling is dan belangrijk
  • Als iemand met een bepaald werk bezig is kan het voorkomen dat een andere leerling moet wachten tot deze dat andere werk mag gebruiken

De vrijheid is dus gebonden aan materiaal en omgeving. De vrijheid is zowel middel (vrijheid van handelen) als doel (sociale vorming) Daarom spreekt Montessori ook van opvoeden in vrijheid en opvoeden tot vrijheid. Er zijn kinderen die van de hun aangeboden mogelijkheden een juist gebruik weten te maken. Er zijn er ook die dat nog moeten leren.
Hier ligt een belangrijke taak voor de leerkracht binnen het Montessori onderwijs. De leerkracht behoort het kind centraal te stellen in zijn/haar opvoedings- en onderwijssituatie. De natuurlijke ontwikkeling dient door de leerkracht gerespecteerd te worden.

De leerkracht begeleidt het kind in zijn ontwikkeling door:

  • De juiste leerstof en leermiddelen te introduceren als het resultaat van zijn observerende houding
  • Te zorgen dat er gewerkt kan worden, waarborgen van een goede werksfeer
  • Te stimuleren en te helpen
  • Corrigerend op te treden
  • Lijn in het onderwijs te brengen
  • In te grijpen als dat nodig is

Het doel, zoals verwoord in het schoolplan, is het kind te helpen zich optimaal te vormen bij zijn individuele en sociale ontwikkeling, door een zodanig voorbereide omgeving te bieden, waarbij het zich kennis, vaardigheden en gedragspatronen eigen maakt. Dit alles op een zelfstandige manier, in een eigen tempo en onder invloed van gevoelige perioden.

De woorden van Maria Montessori vatten bovenstaande een kernachtig samen: “Het betreft een radicale verplaatsing van de activiteit die vroeger vanzelfsprekend berustte bij de leerkracht, maar in onze methode het liefst wordt overgelaten aan het kind”.
Hierop aansluitend is de uitspraak “leer mij het zelf te doen”van Maria Montessori van groot belang. Met name voor de ouders. Het handelen in de school en het handelen thuis zouden dezelfde uitgangspunten moeten hebben. Niet alles hoeft tot in den treure voorgedaan te worden. Er ontstaat een beter leereffect als het kind de gelegenheid krijgt om zelf te ontdekken aan de hand van middelen en materialen.

In overeenstemming met de uitgangspunten van Maria Montessori zijn de leerlingen van onze school verdeeld over drie “bouwen”;

  • De onderbouw bestaande uit de groepen 1 en 2
  • De middenbouw bestaande uit de groepen 3, 4 en 5
  • De bovenbouw bestaande uit de groepen 6,7 en 8

De school in de wijk

Onze school is van oudsher een school met een regionale functie. De helft van leerlingen kwam van binnen de Ringbanen en de andere helft woonde in wijken buiten de Ringbanen.

Na de fusie met de Angela School in 1996 is het accent meer verschoven naar een wijkgerichte herkomst van leerlingen. Er zijn nu duidelijk meer leerlingen afkomstig uit de omliggende wijk (de Bomenbuurt).

De school is herkenbaar zowel in de stad als in de wijk. In de wijk is de school betrokken bij het wijkgebeuren via o.a. inspraakorganen.


Historie

De zusters Ursulinnen begonnen in Tilburg in 1929 met het Montessori-onderwijs.
In september van dat jaar werd de Montessori-kleuterschool geopend. In 1938 startte de lagere school.
De Montessori-lagere school is niet als zelfstandige school begonnen. In het gebouw aan de Elzenstraat waren gevestigd: de 7de, de 8ste en 9de klas van de lagere school (later werd dit Mulo en nog later de Hart van Brabant Mavo), een lagere school, de Montessori kleuterschool en de Montessori lagere school. In 1942 worden schoolgebouw en klooster gevorderd door de Duitsers en werden de leerlingen ondergebracht in diverse lokalen over de stad verspreid. De lagere school werd ondergebracht in een meubelzaak in de Tuinstraat en in een toonzaal op de hoek van de Fabrieksstraat. De kleuters zaten in een oude paraplufabriek waar nu het Brabants Natuurmuseum staat. De zusters zelf vonden onderdak in het parochiehuis.
In augustus 1945 vertrokken de Ursulinnen uit Tilburg en dus ook van de Montessorischool. Op verzoek van de toenmalige bisschop namen de zusters van de congregatie van J.M.J. het werk over. De Montessori-lagere school was nog steeds een afdeling van de (parochie) lagere school en dus nog niet zelfstandig.
In 1951 was het aantal leerlingen van de lagere school 154. De school breidde zich snel uit en na vergeefse pogingen aangewend te hebben elders in de stad lokalen te bemachtigen, werd in het gebouw wat meer ruimte gemaakt door muren uit te breken, waardoor grote lokalen ontstonden. Deze waren ideaal voor de Montessoriaanse manier van werken. In 1959 verhuisde de Ulo en kreeg de Montessori-school weer meer ruimte. Ondanks tegenstand groeide de school snel. Tegenstand was er wel degelijk. Het idee bestond dat de Montessori-school een standenschool zou zijn, een school voor de rijken. En het moet vermeld worden dat dit, zeker in de periode vóór de tweede wereldoorlog, wel past in het tijdsbeeld en dit werd niet als buitensporig gezien. In de jaren ’50 en ’60 is als gevolg van het andere tijdsbeeld ook een ander beleid gegroeid. Nu mogen we de “standenschool” als een geschiedkundige gedenkwaardigheid vermelden.

In 1963 werd de Montessori-lagere school zelfstandig. Tot die tijd was de school alleen toegankelijk voor meisjes, jongens moesten na de kleuterschool periode maar een andere school zoeken!
In 1963 werd eerst als experiment besloten tot toelating van jongens en dit werd na dit jaar definitief besloten. Langzaamaan kwamen er ook steeds meer leken in het personeelsbestand en werd ook in 1969 de leiding overgedragen door de zusters aan een lekencollega die reeds enkele jaren aan de school verbonden was. Het bestuur van de school was in de jaren ’70 overgenomen door de R.K. Stichting Scholen Tilburg Centrum. Alle collega’s van kleuter- en lagere school werkten in de loop der jaren samen aan de verwezenlijking van de Montessori opvoeding en het Montessori onderwijs. In 1985 kreeg dit ook een wettelijke ondergrond. De nieuwe wet op het basisonderwijs werd ingevoerd. Vanaf die tijd spreekt men over één basisischool voor 4 tot 12 jarigen.